Wat is een metaprogramma?


Definitie van het begrip ‘metaprogramma’

Een metaprogramma is een patroon dat waarneembaar is in hoe iemand denkt en waarneemt en dat tot uitdrukking komt in zijn gevoelens en in zijn verbale en non-verbale gedrag. Synoniemen voor ‘metaprogramma’s’ zijn ‘cognitief-perceptuele procesvoorkeuren’, ‘denkstijl-elementen’ en ‘manieren van denken’.

Definitie van het begrip ‘metaprofiel’

Een metaprofiel is een combinatie van meerdere metaprogramma’s (die samen
iemands manier van denken en waarnemen karakteriseren) plus iemands criteria (wat hij belangrijk vindt). Een synoniem voor criteria is ‘waarden’. Vanaf versie 7.0 worden de criteria gecategoriseerd in Gravescategorieën (motivatietypen). Het metaprofiel geeft niet aan wat iemand denkt, maar hoe iemand denkt. Iemands metaprofiel kan van situatie tot situatie verschillen, vandaar dat we spreken van iemands metaprofiel in een bepaalde context.

Metaprofiel en context

In een andere context (situatie) kan dezelfde persoon een ander metaprofiel hebben. Iemand heeft een bepaald metaprofiel als hij aan het werk is, maar wellicht een ander metaprofiel als hij met zijn hobby bezig is en weer een ander profiel als hij met vrienden over politiek praat. Dit principe wordt door Bailey geformuleerd als: “Everything changes by context” (Bailey, 1995).

De ontwikkeling van NLP

Metaprogramma’s zijn een onderdeel van het ‘Neuro Linguïstisch Programmeren’ (afgekort als ‘NLP’). Aan het eind van de jaren zeventig werd NLP in de USA ontwikkeld door Bandler en Grinder (Bandler en Grinder, 1975, Grinder and Bandler, 1975, Bandler et al, 1975, Grinder et al, 1977, Bandler en Grinder, 1979). NLP is een model voor het bestuderen en veranderen van de subjectieve ervaring. Bandler en Grinder gebruikten bij hun formulering van NLP begrippen uit
  • de Gestalttherapie van Perls (Perls en Perls, 1973)
  • de Ericksoniaanse hypnotherapie van Erickson (Erickson, 1976, 1979, Zeig, 1980, Erickson, 1980)
  • de gezinstherapie van Satir (Satir, 1975, 1976, 1978, 1983)
  • de taalfilosofie van Korzybski (Korzybski, 1921, 1933) en
  • de stuurkunde van Miller, Galanter en Pibram (Miller et al, 1960).

Het belang van NLP

NLP mag zich heden ten dage (2009) in een grote populariteit verheugen: de zoekterm ‘NLP’ levert in Google circa 17.000.000 webreferenties op (vergeleken met ’Freud’ dat ruim 13 000 000 referenties oplevert of ’HRM’ waarvoor Google ruim 7 000 000 referenties geeft).

Ontwikkeling van het begrip ‘metaprogramma’

Door studenten van NLP werd opgemerkt dat Bandler in zijn veranderingswerk begrippen gebruikte die het niveau van de zintuiglijke weergaven overstegen. Volgorden van zintuiglijke weergaven (‘innerlijke strategieën’) werden in NLP aangeduid als ‘programmering’. De door Bandler gebruikte strategie-overstijgende begrippen werden aangeduid als ‘metaprogramma’s’, omdat ze de inhoud van meerdere verschillende mentale strategieën omschreven. Deze onderscheidingen stonden ‘meta’ ten opzichte van (boven) mentale programma’s, vandaar de naam ‘metaprogramma’. Deze metaprogramma’s werden in 1985 voor het eerst door Cameron-Bandler geïnventariseerd en beschreven (Cameron-Bandler et al, 1985).

Wat is denken?

Men kan op minstens drie manieren naar een gedachte kijken (Hollander, 2005):
  1. De inhoud aangeduid
    Men kan de inhoud van een gedachte in woorden omschrijven. Dit is meestal de manier waarop mensen antwoorden als men vraagt: “Waar denk je aan?”. Bijvoorbeeld: “Aan lekker eten”. Dit is een - doorgaans vrij beknopte - verbale weergave van de inhoud van een gedachte.
  2. De inhoud nader ingevuld
    De inhoud van een gedachte, zoals die in de beknopte verbale aanduiding wordt gedefinieerd, heeft a. een complete(re) invulling en b. een zintuiglijke vorm. Er zijn verschillende dingen die iemand kan denken over bijvoorbeeld ‘lekker eten’. Stel dat men vraagt: “Waar denk je dan precies aan, als je aan lekker eten denkt?” Het antwoord kan bijvoorbeeld zijn: “Dan denk ik dat ik beter niet te veel koolhydraten kan eten” of het kan zijn: “Dan denk ik: Ik heb zin om een grote pan boerenkool te maken”. Metaprogramma’s zijn gegeneraliseerde beschrijvingen van deze inhoudelijke invulling. De inhoud “Dan denk ik dat ik beter niet te veel koolhydraten kan eten” wordt in metaprogramma-termen gecodeerd als ‘Away from’ (weg van), omdat de spreker aangeeft dat hij ergens bij vandaan wil; hij geeft aan wat hij niet wil. De inhoud “Dan denk ik: Ik heb zin om een grote pot boerenkool maken” wordt in metaprogramma-termen gecodeerd als ‘Towards’ (naar toe)’, omdat de spreker beschrijft waar hij heen wil; hij geeft aan wat hij wel wil.
  3. De zintuiglijke vormgeving
    Een gedachte heeft naast de inhoud ook een zintuiglijke vormgeving. Als men bijvoorbeeld vraagt: “Wat gebeurt er in je beleving, als je aan lekker eten denkt?”, dan zou het antwoord kunnen zijn: “Dan zie ik een bord boerenkool en dan ruik ik die heerlijke geur, en dan denk ik: wat heb ik toch zin om weer eens boerenkool te eten!”. In deze zin wordt een zintuiglijke opeenvolging beschreven van achtereenvolgens zien (visueel), ruiken (olfactorisch) en zelfspraak (auditief-digitaal). Dit is het gebied van de zintuiglijke modaliteiten (zien, horen, voelen, ruiken en proeven) en submodaliteiten (de fijnere onderscheidingen in deze modaliteiten).

Denken, waarnemen, voelen en handelen

Er is een wisselwerking tussen denken (metaprogramma’s), waarnemen, voelen en handelen. In het afbeelding 2.1 wordt dit geïllustreerd. Hieronder worden enkele van deze wisselwerkingen omschreven:
  • Denkstijl (metaprogramma’s) en waarnemingsfilters (waar iemand wel of niet op let) beïnvloeden elkaar. Om een voorbeeld te geven: Iemand heeft als metaprogramma ‘Procedure’ en daardoor ziet hij in een boekenkast onmiddellijk een rijtje handboeken staan (waarvan hij mag verwachten dat deze veel procedurele informatie bevatten). Zou het metaprogramma ‘Opties’ hebben geprevaleerd, dan waren die handboeken hem waarschijnlijk niet opgevallen.
  • Denkstijl en emotie beïnvloeden elkaar. Om een voorbeeld te geven: Iemand is aan het werk met een bepaald apparaat en hij denkt daarbij procedureel. Hij komt een probleem tegen. Hij voelt zich gefrustreerd. Hij ziet het handboek voor dat apparaat op de boekenplank staan. Hij krijgt een warm gevoel: “Aha, daar ligt de oplossing!”.
  • Denkstijl en emotie beïnvloeden samen gedrag. Om een voorbeeld te geven: Hij ziet het handboek. Omdat hij procedureel denkt, geeft een handboek vol procedures hem een warm gevoel. Hij pakt het en hij gaat er in lezen. Hij begrijpt hoe hij het probleem kan oplossen. Hij lost het probleem op en hij werkt verder met het apparaat.

Het meten van metaprogramma’s

In 1981 werd het eerste meetinstrument voor metaprogramma’s, het LAB profile, ontwikkeld door Bailey (Bailey, 1995). Het LAB profile (Language And Behavior Profile) is een gestructureerd interview waarbij de interviewer het antwoord van de geïnterviewde letterlijk opschrijft en achteraf de genoteerde antwoorden categoriseert aan de hand van criteria die aangeven welk metaprogramma in de tekst tot uitdrukking komt.

Ontwikkeling van MPA MindSonar®

In 1995 ontwikkelde Hollander een eerste computertest voor het meten van metaprogramma’s. Deze test werd oorspronkelijk ‘Metaprofiel Analyse’ (MPA) genoemd (Hollander, 1995). De naam werd in 2007 veranderd in ‘MPA MindSonar®’ met name om de naam gemakkelijker als internationaal handelsmerk te kunnen deponeren (‘analyse’ wordt in veschillende talen verschillend gespeld).
De redenen om een computerversie te ontwikkelen waren:
  1. Standaardisering van de afname
    Het gestructureerde interview van Bailey (Language And Behavior Profile) is gevoelig voor non-verbale beïnvloeding door de interviewer. Door de test door met behulp van een computer af te nemen wordt deze beïnvloeding ondervangen.
  2. Standaardisering van de scoring
    De scoring van het Language And Behavior Profile laat ruimte voor verschillende interpretaties van dezelfde uitspraak door verschillende interviewers. Door de test met behulp van een computer af te nemen wordt deze ongewenste variatie in de interpretatie ondervangen.
  3. Verbetering van de efficiëntie
    De afname van het Language And Behavior Profile kost 30 to 60 minuten. Het invullen van de computertest kost de onderzoeker geen tijd, behalve de tijd die gemoeid is met de introductie van de test. Zeker bij grote aantallen afnames kan dit een belangrijk voordeel zijn.
naar boven

Snel Menu

Home
IEP Bibliotheek
Agenda
NLP
Provocatief coachen
MPA MindSonar®
Nieuwsbrief
Route
IEP 2012, all rights reserved