Over de drempel


Over de drempel

Zes jaar geleden heb ik bij het IEP de workshop van Robert Dilts en Stephen Gilligan gevolgd, ‘Genius and the generative self’ en één van de processen die we leerden was ‘de heldenreis’ en af en toe maak ik daar gebruik van zoals laatst bij de vraag om hulp bij een belangrijke beslissing.
De onderdelen in theorie zijn (vrij vertaald) als volgt:
1. Je bent je bewust van een nieuwe missie. Een roeping. Je kunt deze accepteren of negeren.
2. Als je wilt accepteren dat je gehoor geeft aan de roep, vraag je dan af wat de drempel is waar je over moet naar een voor jouw nieuwe wereld.
3. Als je over de drempel gaat, ga je uit je ‘comfortzone’ in een nieuw gebied, waar je gaat groeien en ontwikkelen en dat vraagt om ondersteuning, om een gids.
4. Je zult op een natuurlijke manier een leidsman vinden als je bereid bent de drempel over te gaan (als de student er klaar voor is verschijnt de leraar).
5. Je komt ook voor een uitdaging te staan, de ‘demon’, vaak is het een reflectie van onze angst of schaduw, die je ook kan zien als een soort energie, een kracht.
6. Het transformeren van de ‘demon’ in een hulpbron of adviseur, door het vinden van de hulpbron of door het ontwikkelen van speciale vaardigheden.
7. De taak afronden en een weg vinden om aan de roep gehoor te geven bereik je door een nieuwe map van de wereld te maken, inclusief de groei en de ontdekkingen.
8. De weg naar huis weer vinden en met anderen de ervaring delen.

Yanne wilde van baan veranderen en had dat al geruime tijd gemerkt. Ze vond haar huidige werk niet meer zo leuk, ze kon niet meer met hart en ziel bezig zijn en had al een paar extra opleidingen gevolgd en hoe langer hoe meer de ‘roep’ gehoord. ‘Veranderen, hiermee stoppen en echt gaan doen wat ik wil’, zei ze toen we telefonisch het eerste contact hadden. ‘Maar ik durf niet goed.’
‘Dit wordt weer een heldenreis,’ dacht ik meteen en we maakten een afspraak.
‘Wat wil je bereikt hebben als je hier straks de deur uit gaat?’ vroeg ik en een beetje verbaasd vroeg ze: ‘meteen de eerste keer al?’ Die vraag paste wel in het patroon van wel willen en niet durven en daarom vroeg ik of ze het voorzichtig aan wilde doen, of liever meteen een stap nemen? Dat laatste was toch het geval.
‘Als ik straks de deur uit ga wil ik me vrij voelen.’ Hoe ze dat zou weten? ‘Dan is het open op mijn borst, heb ik ruimte, meer lucht.’ En de gedachten? ‘Ik denk dan: kom maar op, ik heb er zin in.’ En wat zien we aan jou? ‘Mijn houding, ik heb een rechte rug, mijn schouders zijn ontspannen en mijn adem is laag.’
Wat houdt je tegen? ‘Een gevoel, geen beeld, het is als een zwart luik.’ Wat gebeurt er als je het luik open doet? ‘Dan is het grijs, nog steeds geen beeld en het is een knijpend gevoel op mijn borst.’

Eerst maar even aan de slag met ‘de demon’. Dat gaat het mooist met behulp van onderhandelen met een gedeelte. De positieve intentie van het deel dat een knijpend gevoel geeft en haar laat denken: ‘ik kan het niet,’ was: beschermen tegen teveel geven. En als je daartegen beschermd bent, wat wordt er dan voor jou mogelijk? wilde ik nog weten.
‘Dat ik een stuk van mezelf voor mezelf hou, want dan is er pas echt empathie.’ Ze kon dit deel van harte bedanken. Het klopte helemaal en het raakte haar.
Nu kon de heldenreis vervolgd worden.

Met behulp van de levenslijn keken we eerst vanaf het ‘heden’ naar de doeltoestand in de toekomst, waarna ik haar liet associëren met dit doel om voor alle zekerheid nog een keer de ecologie na te gaan.
Daarna gingen we de hulpbronnen in het verleden zoeken. Wat was nodig? ‘Een stuk van mezelf voor mezelf houden, openheid en ruimte.’ Die hulpbronnen waren er volop tijdens de opvoeding van de kinderen. Het anker werd de kleur rood, met als symbool een hart.
Daarmee liet ik haar rustig naar het heden lopen en van daaruit naar ‘de toekomst, de plek van het doel.’
Nu gingen we nog op zoek naar ‘ondersteuning’, naar helpers die nodig konden zijn voor het maken van deze reis. Yanne vond heel makkelijk drie personen en gaf ze een plek om zich heen, terwijl ze in ‘het heden’ stond. Ik liet haar associëren met de eerste persoon en deze advies geven aan Yanne. Daarna weer associëren met zichzelf en luisteren naar het advies. Dat ook met de andere twee personen.
Toen vroeg ik haar om deze adviezen op een (denkbeeldig) white board te schrijven en dat snel en steeds sneller rond te laten draaien totdat het veranderde in een symbool. Het werd een fakkel. Met de fakkel liep ze heel zorgvuldig van het heden naar de doeltoestand, waar het hart al was en vandaar met de twee symbolen en de kleur de toekomst verder in.
Dat ging goed.
Tijd voor de ecologievraag. Er was niets op tegen om de reis te maken. Wat ze nu gewonnen had? ‘Vertrouwen, openheid, nieuwsgierigheid en de bescherming tegen te veel geven.’
Haar ogen straalden en bij elk woord knikte ze met haar hoofd.

Ze ging naar huis en kon deze ervaring delen met wie ze dat maar wilde.

Janneke Swank
swank@wxs.nl

IEP 2012, all rights reserved